De sluiter

Wie een lezing of workshop van het Flitshuis heeft bijgewoond, of het boek Rondleiding door het Flitshuis heeft gelezen, kent vast de belangrijkste regel van het Flitshuis:

DE SLUITERTIJD HEEFT GEEN INVLOED OP HET FLITSLICHT

Maar ondanks dat de sluitertijd geen invloed heeft op het flitslicht, is het wel de belangrijkste speler om alles onafhankelijk te kunnen regelen. Van het doseren van licht tot aan dynamiek, en zelfs bij scherptediepte is de sluitertijd onmisbaar. Kortom, de sluiter speelt een cruciale rol in de wereld van de flitsfotografie.

Het concept van de sluiter is simpel: hij staat open of hij staat dicht. Fungeerde vroeger de hand van de fotograaf of de lensdop als sluiter, tegenwoordig is het een stukje mechanische, elektronische en digitale high-tech.

In de fotografie zijn er grofweg twee hoofdcategorieën sluiters: mechanische sluiters en elektronische sluiters. Deze mechanismen bepalen hoe lang de sensor of film wordt blootgesteld aan licht. Binnen deze categorieën zijn er vier verschillende varianten:

  • Gordijnsluiter (Spleetsluiter): Deze mechanische sluiter zit in de body van bijna alle spiegelreflex- en systeemcamera’s. Het bestaat uit twee gordijntjes (een voorste en een achterste) die vlak voor de sensor bewegen. Ze creëren samen een ‘spleet’ die over de sensor reist
  • Centraalsluiter: Deze mechanische sluiter bevindt zich in het objectief zelf. Het bestaat uit dunne lamellen die vanuit het midden open en dicht gaan als een soort bloemblaadjes. Dit is ideaal voor studiofotografie, omdat je bij iedere sluitertijd kunt flitsen
  • Elektronische sluiter: Maakt volledig geluidloos fotograferen mogelijk en haalt extreem hoge snelheden.
  • Global Shutter: Een moderne, geavanceerde elektronische sluiter. Hierbij wordt in tegenstelling tot de elektronische sluiter, de hele sensor in één keer uitgelezen. Hierdoor heb je geen last meer van vervormingen (rolling shuter) bij snelle bewegingen

De Gordijnsluiter

In de wereld van de fotografie is de gordijnsluiter (ook wel de spleetsluiter genoemd) de onbezongen held die zich vlak voor de sensor van de camera bevindt. Het is een vernuftig staaltje precisietechniek dat al decennialang de standaard bepaalt in de meeste kleinbeeldcamera’s.

Een Korte Historie: Van Balg naar Body

Hoewel de eerste concepten van sluiters die direct voor de gevoelige plaat bewogen al eind 19e eeuw opdoken (zoals in de Ottomar Anschütz-camera’s rond 1883), kwam de echte doorbraak in de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw.

Merken als Leica perfectioneerden de gordijnsluiter van rubber en doek. Hierdoor konden lenzen kleiner en goedkoper worden, omdat er geen sluitermechanisme meer in elke individuele lens gebouwd hoefde te worden. Dit maakte de weg vrij voor de moderne spiegelreflexcamera’s en de huidige systeemcamera’s.

Hoe werkt het? Een race tussen twee gordijnen

De term “gordijn” is zeer accuraat. In de camera zitten twee fysieke schermen (vroeger van stof, tegenwoordig vaak van flinterdun metaal of carbon).

  1. Ruststand: Het eerste gordijn dekt de sensor af.
  2. De Opname: Zodra je de ontspanknop indrukt, schiet het eerste gordijn weg. De sensor wordt nu blootgesteld aan licht.
  3. De Afsluiting: Na de ingestelde tijd schiet het tweede gordijn erachteraan om de sensor weer af te dekken.

De crux: Bij zeer korte sluitertijden (bijv. 1/1000 sec) is het eerste gordijn nog niet eens aan de overkant als het tweede gordijn al begint te sluiten. Er beweegt dan feitelijk een smalle spleet licht over de sensor (spleetsluiter). De sensor wordt dus niet overal tegelijk belicht, ‘maar gescand’. De spleet rolt als het ware over de sensor. De term hiervoor is ‘Rolling shutter’. Hierover later meer.

De Voor- en Nadelen op een rij

Voordelen:Nadelen:
Kan zeer korte sluitertijden halen tot wel 1/8000 secSlijtage ivm mechanische onderdelen. Het geluid van de sluiter kan storend zijn.
Maakt objectieven goedkoper en lichter (geen sluiter in het objectief en minder glas).Flitssynchronisatie is beperkt door de fysieke beweging van de gordijnen. (spleetsluiter)
Zeer betaalbaar en bereikbaar voor de consument.Veroorzaakt vervorming bij zeer snelle bewegingen. (Rolling Shutter)

De Valkuilen: Flitssync en Rolling Shutter

Voor zowel de pro als de amateur zijn er twee technische fenomenen die cruciaal zijn om te begrijpen:

  • De Flitssynchronisatietijd (X-Sync)
    Omdat de sluiter bij korte tijden met een “spleet” werkt, ontstaat er een probleem met flitslicht. Een flitser is sneller dan de sluitergordijnen. Als je flitst terwijl er slechts een spleetje open is, wordt maar een strook van je foto belicht. De Limiet: De meeste camera’s hebben een maximale sync-snelheid van 1/200 of 1/250 seconde. Dit is de kortste tijd waarbij de sensor nog heel even volledig openligt. In het analoge tijdperk lag deze flitssynchronisatietijd op 1/60 seconde. In die tijd trokken de gordijnen horizontaal. Bij de huidige camera’s trekken ze verticaal aan de sensor voorbij. Deze afstand is beduidend korter wat de flitssynchronisatietijd twee stops in positieve zin heeft verkort.
  • Het Rolling Shutter Effect
    Omdat het beeld van boven naar beneden wordt “belicht” door de gordijnen, kan er vervorming optreden bij snel bewegende onderwerpen. Denk aan de wielen van een raceauto die ovaal lijken, of een golfclub die krombuigt. Hoewel dit effect bij mechanische gordijnsluiters minimaal is vergeleken met puur elektronische sluiters, blijft het een fysieke realiteit van het systeem.

De Centraalsluiter

In tegenstelling tot de gordijnsluiter, die vlak voor de sensor zit, zit een centraalsluiter midden in het objectief gebouwd, vlakbij het diafragma. Hij werkt met een aantal elkaar overlappende metalen lamellen die vanuit het midden openslaan en weer sluiten, een beetje zoals de pupil van een oog.

De centraalsluiter heeft een paar unieke voordelen die hem heel anders maken dan de standaard gordijnsluiter:

  • Flitssynchronisatie op hoge snelheden: Dit is hét ultieme voordeel. Bij een gordijnsluiter kun je vaak maar flitsen tot 1/200 of 1/250 seconde omdat de sluiter anders als een bewegende spleet over de sensor gaat. Een centraalsluiter gaat in één keer helemaal open en dicht. Hierdoor kun je flitsen op de allerhoogste sluitertijd van het objectief tot voorbeeld 1/500 of $1/2000$ seconde. Dit is ideaal voor portretfotografen die buiten de felle zon willen onderdrukken bij het gebruik van flitslicht.
  • Fluisterstil: Omdat het maar hele kleine, lichte lamellen zijn die binnenin de lens bewegen, hoor je bijna niets. Geen luide “klak” van een spiegel of een gordijn dat dichtslaat.
  • Geen trillingen: De beweging is zo minimaal dat er nauwelijks mechanische trillingen ontstaan. Je foto’s zijn daardoor minder snel bewogen bij langere sluitertijden.
  • Geen “Rolling Shutter” effect: Wat bij de gordijnsluiter, maar ook bij elektronische sluiter, vervorming te zien is bij snelle bewegingen, belicht een centraalsluiter het hele beeld in één keer analoog.

De keerzijde.

Omdat de sluiter in het objectief zit, moet elke objectief zijn eigen sluiter ingebouwd hebben. Koop je een camera met verwisselbare objectieven (zoals Hasselblad of Phase One), dan betaal je de hoofdprijs per objectief.

Beperkte belichtingstijd: Omdat de lamellen fysiek moeten stoppen en omkeren om weer te sluiten, ligt de maximale sluitertijd vaak rond de 1/500 of 1/2000 seconde. Moderne gordijnsluiters halen 1/8000 seconde.