Het Richtgetal

Was de reportageflitser al niet je beste vriend, het richtgetal gaat deze broze vriendschap zeker niet naar een hoger plan tillen. Wat hebben we eigenlijk aan het richtgetal? Wie gebruikt het nog? Het enige moment dat je dacht het richtgetal nodig te hebben was op het moment dat je er één aan ging schaffen. De fabrikanten, maar ook de winkels die ze verkopen, geven de indruk dat het richtgetal iets zegt over de sterkte van de flitser. Ze wekken daarmee de indruk dat hoe hoger het richtgetal, hoe sterker de de flitser is. Het richtgetal van nu is dan ook meer gericht op je portemonnee dan dat het iets zegt over de huidige reportageflitser.


Wat is het richtgetal NIET?
“Het Richtgetal zegt NIETS over de flitskracht van de flitser”.

Het richtgetal is een term uit de klassieke fotografie die we heden ten dage nog steeds terugvinden op onze moderne reportageflitsers. Maar wat zegt het richtgetal? Ik gaf al aan dat het richtgetal stamt uit de klassieke fotografie. Flitsers konden vroeger maar één ding, en dat was het afgeven van een hele korte lichtflits. Hoe simpel kan het zijn? Die flitsers kende  maar één stand en dat was iedere keer dezelfde flits. Iedere flits was gelijk. Daar kon de fotograaf op vertrouwen. De fotograaf moest wel weten hoe ver dat flitslicht kwam voor een goed belichte foto van flitslicht. Het richtgetal vertelde hem dat. Zo hoefde hij niet eerst het flitslicht te meten. Had een flitser bijvoorbeeld een richtgetal van 24 dan wist de fotograaf dat het flitslicht bij iedere flits 24 meter ver zou komen voor een goed belichte foto. 


“24 meter” hoor ik u denken, “dat is toch een onwerkbare afstand?” Klopt, die 24 meter geldt alleen als de fotograaf een diafragma zou gebruiken van f/1. Het richtgetal is namelijk een onderdeel uit een rekenkundige formule. Als je het richtgetal van je flitser deelt door het gebruikte diafragma heb je de afstand in meters voor een goed belichte foto van flitslicht. De fotograaf moest dus een sommetje maken als hij wilde weten hoe ver bv het bruidspaar moest staan voor een goed belichte foto. Stel dat hij koos voor diafragma 8. De som is dan 24 delen door 8. De uitkomst is drie, De fotograaf wist dat de afstand tussen flitser en bruidspaar drie meter moest zijn. Overigens zou niet alleen het bruidspaar op drie meter een goed belichte foto opleveren. Alles op drie meter van de flitser zou goed belicht zijn. Zo lang de fotograaf op diafragma 8 bleef was alles op drie meter goed belicht door het flitslicht.


Die formule van het richtgetal had nog een voorwaarde. In het analoge tijdperk hadden de klassieke rolletjes film een bepaalde gevoeligheid. Deze gevoeligheid werd uitgedrukt in ASA. Vergelijk het met de ISO waarde van de sensor in je digitale camera. De formule van het richtgetal geldt alleen bij een gevoeligheid van 100 ASA of in het digitale tijdperk 100 ISO. Wilde de fotograaf met een flitser met richtgetal 24 uitrekenen wat de afstand werd bij 200 ASA en diafragma 8. Dan maakt hij de som met een al gebruikte hij een diafragma van 5.6. Dus werd de som 24 delen door 5.6 en dat is 4,3 meter. Dus met een filmpje van 200 ASA diafragma 16 had hij een goed belicht bruidspaar als de afstand 4,3 meter zou zijn.


Instelschijf op een oude flitser

Waarschijnlijk ben je door al dat gereken al halverwege afgehaakt. En geloof me, dat wisten alle fabrikanten die flitsers produceerde ook. Ze kwamen de fotograaf te hulp met een rekenschijf die vaak bovenop de flitser was geplaatst. De fotograaf stelde in welke gevoeligheid zijn filmpje had en stelde in op welke afstand zijn onderwerp stond. Op de schijf kon de fotograaf aflezen welk diafragma hij nodig had voor een goed belichte foto van flitslicht. Of als hij het diafragma in stelde kon hij aflezen op welke afstand zijn onderwerp moest staan.

Maar dat was vroeger. Flitsers van nu hebben niet één stand. Je kan handmatig de flitskracht instellen. Volle kracht, halve kracht, een kwart en zo verder. Je kan zelfs op één derde stapjes er tussen in finetunen. Daarnaast hebben moderne flitsers een automatische stand. Ook wel TTL genoemd. Daarbij rekent de flitser in samenwerking met de camera uit hoeveel flitslicht er nodig is. Maar waarom nog steeds een richtgetal? Wat valt er dan nog uit te rekenen?

Flitsers van nu zijn moderne computers met automatische standen maar zijn ook handmatig in te stellen tot op een derde stop nauwkeurig. Wat blijft er dan over van het richtgetal? En wat willen we überhaupt dan nog uitrekenen? (Wees gerust, bij het Flitshuis gaan we ook niets uitrekenen)

Er is nu maar één moment dat we kijken naar dat richtgetal. Dat is als we er één aan gaan schaffen. Dan gaan we richtgetallen met elkaar vergelijken. Want, zo is de gedachte, een flitser met een hoog richtgetal is een sterke flitser. Dus moet de flitser met het hoogste richtgetal wel de sterkste flitser zijn. Mmmm!

Kan je richtgetallen van verschillende flitsers met elkaar vergelijken als het gaat om de sterkste flitser? Ik zelf vind eigenlijk van niet. Je kan ook niet zeggen dat de auto met de hoogste topsnelheid ook de auto is met de sterkste motor. Want de topsnelheid wordt niet alleen bepaald door het vermogen van de motor. Wat dacht je bv van de weerstand van een auto. Het aerodynamisch is de ene auto ten opzichte van de andere met een gelijke motor? Ook het gewicht en de banden van de auto zijn van invloed op de snelheid van een auto. Het zou dus heel vreemd zijn om te stellen dat een auto met een hoge topsnelheid ook een sterke motor heeft.

Meer vermogen zorgt er voor dat de snelheid van een auto hoger wordt. Geef je een flitser meer vermogen dan zal het flitslicht verder komen. Met meer vermogen neemt de snelheid bij de auto toe en zal dus het richtgetal bij de flitser hoger worden. Maak je een auto aerodynamischer ook dan zal de snelheid omhoog gaan. En ja, ook bij een reportageflitser is er een soort van aerodynamica. toegepast waardoor het richtgetal omhoog bij gelijke kracht.